Vandaag werden twee jonge soldaten begraven. Voor de kerk stond hun bataljon opgesteld: rijen jonge mannen met foto’s in de hand, de Oekraïense vlaggen die zacht maar koppig bleven wapperen in de wind. Families verzamelden zich aan de ingang, stil wachtend tot de zwarte busjes zouden verschijnen — de voertuigen die niemand ooit wil zien, maar die hier te vaak stoppen.
Toen de busjes aankwamen, viel er een bijna tastbare stilte. Alleen het gesnik van moeders, vaders, partners en kinderen brak door die stilte heen. Het ging door merg en been. Je voelde het verdriet, rauw en ongefilterd, alsof het door de stenen van de kerk zelf trok.
Op een teken zetten de soldaten een stap vooruit. In perfecte discipline draaiden ze zich om, klaar om hun gevallen broeders uit de wagen te halen. De kisten werden op de schouders geheven, gedragen met een respect dat geen woorden nodig had. Zo gingen ze de kerk binnen, voor een laatste afscheid, een laatste dank voor hun dienst, hun moed, hun bescherming.
Na de mis werden de kisten opnieuw opgetild. Buiten stonden dezelfde families, dezelfde gezichten, dezelfde tranen. De busjes sloten zich, en onder politiebegeleiding vertrok de stoet richting het Field of Honor — een rit die hier soms meerdere keren per dag gemaakt wordt.
Het blijft onwerkelijk om te zien hoe jong ze zijn. Hoe abrupt een leven kan stoppen. Hoe groot de leegte is die achterblijft.
En toch staat iedereen daar: samen, zwijgend, steunend, getuige van een verdriet dat een heel land draagt.
Reactie plaatsen
Reacties
Mooi om te zien hoe iedereen daar is uit respect is voor de overleden soldaten. Het toont hoe intens de mensen dit allemaal beleven. Het doet ook verdriet dat de mensen in Oekraïne en andere oorlogslanden dit allemaal moeten meemaken.
Waar om !