Een dag met veel luchtalarm en inslagen

Gepubliceerd op 15 september 2026 om 21:42

Laatste dag in Oekraïne de trein naar Polen. De laatste uren in Oekraïne voelen altijd anders. Vandaag nog meer.

Om 19u20 neem ik de trein richting Polen, maar mijn lichaam draait nog op de weinig slaap van vannacht. Het luchtalarm hield me wakker telkens dat geluid, telkens die spanning. Je probeert te rusten, maar je luistert. Je wacht. Je hoopt dat het stil blijft.

De bombardementen zijn eigenlijk al heel de dag bezig in Kyiv. Soms een pauze, dan weer een inslag. Je hoort het, je voelt het, het geeft je een soort adrenaline die je niet wilt maar toch krijgt.

En nu ik weet dat ik Oekraïne verlaat, wil ik vooral één ding: op die trein zitten, weg van de dreun die door de stad rolt. Straks, wanneer de wagon begint te rijden, hoop ik eindelijk even te kunnen slapen.

Gelukkig heb ik morgen nog een nacht in Kraków voor ik naar huis vlieg. Met de auto naar huis rijden na zo weinig slaap zou te gevaarlijk zijn. Je denkt dat je het aankan, maar vermoeidheid is een sluipmoordenaar. Dus eerst Kraków, dan Charleroi, dan pas naar huis.Het is een rare mengeling van opluchting en afscheid.

Oekraïne laat je nooit zomaar vertrekken — zelfs op de laatste dag voel je het land nog in je lichaam.

De trein komt binnen als een metalen muur die alles in beweging zet. Het geluid van remmen mengt zich met iets veel stillers: het fluisteren van afscheid. Overal zie je mensen die elkaar vasthouden alsof ze de tijd zelf willen tegenhouden. Vrouwen die hun mannen omarmen. Mannen die hun kinderen nog één keer optillen. Families die proberen te doen alsof dit een gewoon vertrek is, terwijl iedereen weet dat het dat niet is.

De mannen blijven.  

De vrouwen en kinderen gaan.  

En niemand weet of ze elkaar ooit nog terugzien.

Voor iemand die uit een land komt waar vrede de standaard is, voelt dit als een scène uit een andere wereld. Maar hier is het dagelijkse realiteit. Hier is afscheid geen moment, maar een wapen dat de oorlog telkens opnieuw gebruikt.

Tussen al die mensen stond een mama naast mij.  

Een jonge vrouw, met een dochtertje van vier dat nog niet begrijpt wat oorlog betekent, maar wel voelt wat verlies is. Het meisje hield haar papa vast met kleine handen die te klein zijn voor dit soort verdriet. Haar tranen rolden als grote druppels over haar wangen, alsof haar lichaam niet wist hoe het dit moest verwerken.  

Toen ze hem losliet, zag je in haar ogen iets wat geen enkel kind zou mogen kennen: de angst dat dit misschien de laatste keer was.  

Het brak me.  

Je staat daar als fotograaf, als mens, en je voelt hoe machteloos je bent.

En dan, alsof de dag nog niet genoeg gewicht had, werd onze trein geëvacueerd voor een drone‑aanval. Het meisje schrok, maar tegelijk zag je dat ze dit kende. Ze is geboren in oorlog. Voor haar is dit geen uitzondering, maar een onderdeel van haar leven.  

Terwijl ik dit schrijf, gebeurt het opnieuw: een tweede drone‑alarm.  

Dit keer zie je de luchtafweer de drone uit de lucht schieten.  

Een harde klap, een lichtflits, en dan stilte.  

Beangstigend, maar ook een vreemde opluchting dat ze dit kunnen.

We staan nu met twee volledige treinen ergens in een grasveld waar niets is. Geen licht, geen gebouwen, geen richting. Alleen duisternis. Je ziet geen hand voor ogen. Je weet niet waar je bent. Je hoort alleen de stilte van mensen die wachten, hopen, bidden.

Het is een toestand die je niet kunt uitleggen aan iemand die dit nooit heeft meegemaakt.  

En toch blijft één gedachte hangen:  

dit zijn barbaarse daden gewone mensen die moeten vluchten, terwijl anderen hen doelbewust raken.

Dit hoofdstuk is niet alleen een verslag.  

Het is een momentopname van wat oorlog doet met mensen.  

Met ouders.  

Met kinderen.  

Met iedereen die probeert te overleven in een wereld die hen voortdurend test

Dreiging onderweg naar Polen.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.