De luchtalarmen in Lviv zijn helaas geen uitzondering meer, maar wat er deze week gebeurde, voelde anders. De explosies gingen door merg en been, een diepe, fysieke dreun die je niet alleen hoort maar in je ribbenkast voelt. Het was de dag dat opnieuw Kinzjal‑raketten richting West‑Oekraïne werden gelanceerd.
Rond het middaguur klonk het alarm. Minuten later volgden de schokgolven: kort, hard, en met die typische lage dreun die alleen hypersonische wapens veroorzaken. De Kh‑47M2 Kinzjal is geen gewone raket. Hij vliegt extreem snel, volgt een onvoorspelbare baan en draagt een zware lading. Zelfs wanneer hij wordt onderschept, blijft de impact enorm.
Volgens de autoriteiten werden de raketten boven de regio onderschept, maar de fragmenten kwamen neer in verschillende districten rond de stad. Geen directe inslagen op woonwijken, maar de boodschap was duidelijk: ook Lviv, ver van de frontlijn, blijft een doelwit.
Wat me vooral bijblijft, is de stilte na de explosies. Mensen die even blijven staan, luisteren, aftasten of er nog iets komt. En dan langzaam weer verder gaan — naar werk, naar vrijwilligerscentra, naar het gewone leven dat hier nooit helemaal gewoon is.
Lviv ademt veerkracht. Maar elke aanval herinnert eraan hoe fragiel die dagelijkse routine blijft. De stad leeft tussen alarm en ademruimte, en toch blijft ze bewegen, bouwen, helpen, documenteren. Dat is misschien wel het meest indrukwekkende van alles.
Reactie plaatsen
Reacties